Discounted cashflow uitgelegd: zo schat je de waarde van een aandeel

Stel: je overweegt een aandeel te kopen. De koers ziet er aantrekkelijk uit, maar je vraagt je af: is dit bedrijf die prijs eigenlijk wel waard?

Dat is een heel logische vraag. Want een aandeel is meer dan een bewegend lijntje op een koersgrafiek. Je koopt in feite een klein stukje van een bedrijf. En dat bedrijf is waardevol als het in de toekomst geld kan verdienen.

De discounted cashflow-methode, meestal afgekort tot DCF, helpt je om daar beter naar te kijken. Met deze methode maak je een inschatting van de waarde van een bedrijf op basis van de vrije kasstromen die het in de toekomst kan genereren.

Dat klinkt misschien technisch, maar het basisidee is verrassend eenvoudig:

Een euro die je vandaag ontvangt, is meer waard dan een euro die je pas over tien jaar krijgt.

In dit artikel lees je wat discounted cashflow is, hoe een DCF-berekening werkt, welke aannames belangrijk zijn en waarom deze methode vooral waardevol is als denkkader.

Een discounted cashflow-berekening is een hulpmiddel om waarde te schatten, maar vormt slechts één onderdeel van een complete analyse. Lees ook: Hoe analyseer je een aandeel stap voor stap?

Wat is discounted cashflow?

Discounted cashflow is een manier om de waarde van een bedrijf te schatten. Daarbij kijk je naar het geld dat een onderneming in de toekomst naar verwachting overhoudt. Die toekomstige kasstromen reken je vervolgens terug naar hun waarde van vandaag.

Een DCF-berekening bestaat in grote lijnen uit drie onderdelen:

  1. Je schat hoeveel vrije kasstroom een bedrijf de komende jaren kan genereren.
  2. Je berekent wat die toekomstige geldstromen vandaag waard zijn.
  3. Je telt alles bij elkaar op en vergelijkt dat met de huidige beurswaarde.

De uitkomst geeft een indicatie van de intrinsieke waarde van een aandeel.

Ligt de berekende waarde duidelijk boven de beurskoers? Dan kan het aandeel interessant lijken. Ligt de waarde juist lager? Dan betaal je mogelijk een stevige prijs.

Tegelijkertijd is het goed om te onthouden: een DCF is geen exacte wetenschap. De uitkomst hangt sterk af van de aannames die je maakt.

Waarom kijkt een DCF naar vrije kasstroom?

Bij het beoordelen van een bedrijf kun je kijken naar omzet, winst of kasstroom. Een DCF richt zich meestal op vrije kasstroom.

Vrije kasstroom is het geld dat een bedrijf overhoudt nadat het de noodzakelijke investeringen heeft gedaan om te blijven draaien en groeien. Dat geld kan vervolgens worden gebruikt voor bijvoorbeeld:

  • dividend;
  • het inkopen van eigen aandelen;
  • het aflossen van schulden;
  • overnames;
  • nieuwe investeringen;
  • het versterken van de financiële buffer.

Juist daarom is vrije kasstroom zo belangrijk. Het laat zien hoeveel financiële ruimte een bedrijf écht heeft.

Een onderneming kan op papier een mooie winst laten zien, maar toch weinig geld overhouden. Bijvoorbeeld doordat er veel geïnvesteerd moet worden of doordat klanten laat betalen. Dan vertelt de vrije kasstroom soms een eerlijker verhaal dan de winst alleen.

Waarom moet je toekomstige kasstromen terugrekenen?

Stel dat je mag kiezen tussen:

  • €100 vandaag
  • €100 over tien jaar

De meeste mensen kiezen voor €100 vandaag. Dat geld kun je direct gebruiken, sparen of beleggen. Bovendien is geld in de toekomst onzekerder. Door inflatie, risico en gemiste kansen is een euro later minder waard dan een euro nu.

Daarom gebruik je in een DCF-berekening een discontovoet. Daarmee reken je toekomstige kasstromen terug naar hun waarde van vandaag.

In dit artikel gebruiken we in het voorbeeld een discontovoet van 10%. Dat is geen vaste regel, maar een rond en herkenbaar percentage om de werking van discounted cashflow eenvoudig uit te leggen. In de praktijk kies je een discontovoet die past bij het risico van het bedrijf en het rendement dat je als belegger wilt behalen.

In grote lijnen geldt:

  • Hoe hoger de discontovoet, hoe lager de huidige waarde van toekomstige kasstromen.
  • Hoe lager de discontovoet, hoe hoger de berekende waarde van een bedrijf.

De discontovoet heeft dus veel invloed op de uitkomst.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld van discounted cashflow

Stel dat een bedrijf de komende drie jaar elk jaar €100 miljoen vrije kasstroom genereert. We gebruiken een discontovoet van 10%.

Dan is de waarde van die kasstromen vandaag lager dan €300 miljoen, omdat het geld pas later binnenkomt.

  • De €100 miljoen van jaar 1 is vandaag ongeveer €90,9 miljoen waard.
  • De €100 miljoen van jaar 2 is vandaag ongeveer €82,6 miljoen waard.
  • De €100 miljoen van jaar 3 is vandaag ongeveer €75,1 miljoen waard.

Samen komt dat uit op ongeveer:

€248,6 miljoen

Dit simpele voorbeeld laat goed zien wat discounted cashflow doet. Je kijkt naar geld dat in de toekomst wordt verdiend, maar je brengt het terug naar de waarde van nu.

In een volledige DCF-berekening kijk je meestal verder dan drie jaar. Vaak voeg je ook een waarde toe voor de periode daarna. Dat heet de eindwaarde of terminal value.

Vervolgens corrigeer je nog voor schulden en cash. Daarna deel je de uitkomst door het aantal aandelen. Zo kom je tot een geschatte waarde per aandeel.

Welke onderdelen zitten in een DCF-berekening?

Een DCF lijkt op het eerste gezicht ingewikkeld, maar de belangrijkste bouwstenen zijn goed te begrijpen.

1. De huidige vrije kasstroom

Je begint met de vrije kasstroom van vandaag of van het meest recente boekjaar. Soms gebruik je een gemiddelde of genormaliseerde kasstroom, vooral als één jaar uitzonderlijk goed of juist zwak was.

2. De verwachte groei

Daarna maak je een inschatting van de groei van de vrije kasstroom in de komende jaren. Dit is een van de belangrijkste aannames binnen discounted cashflow.

Bij een volwassen bedrijf is een gematigde groei vaak realistischer. Bij een sterk groeiende onderneming kan een hoger groeipercentage verdedigbaar zijn. Toch is voorzichtigheid belangrijk, want optimisme werkt direct door in de waardering.

3. De discontovoet

De discontovoet is het rendement dat je eist voor het risico dat je neemt. Voor particuliere beleggers kun je dit zien als je gewenste rendement, aangepast aan de onzekerheid van het bedrijf.

Een hoger vereist rendement betekent dat je minder wilt betalen voor toekomstige kasstromen. Dat is logisch: bij meer risico wil je meer veiligheidsmarge.

De 10% discontovoet uit het rekenvoorbeeld is dus vooral gekozen om de uitleg helder te maken. In werkelijkheid kan een discontovoet lager of hoger liggen, afhankelijk van onder meer:

  • de voorspelbaarheid van de kasstromen;
  • de financiële gezondheid van het bedrijf;
  • de gevoeligheid voor economische tegenwind;
  • het rendement dat jij zelf wilt behalen.

De rendementseis bepaalt hoeveel je vandaag bereid bent te betalen voor toekomstige kasstromen. Hierdoor hangt DCF nauw samen met de vraag: Wanneer is een aandeel te duur?

4. De eindgroei

Geen enkel bedrijf groeit eeuwig met 10% of 15% per jaar. Daarom wordt in een DCF meestal aangenomen dat de groei na de eerste prognoseperiode afvlakt naar een lager, stabieler niveau. Dit noem je de terminal growth rate, of eindgroei.

Die eindgroei schat je meestal voorzichtig in. Een te hoge aanname maakt de waardering al snel te rooskleurig.

5. Netto schuld of netto kaspositie

De ondernemingswaarde uit de DCF moet je nog aanpassen voor de financiële positie van het bedrijf.

  • Heeft een onderneming meer schulden dan cash? Dan trek je dat verschil af.
  • Heeft een onderneming juist meer cash dan schuld? Dan telt dat positief mee.

Een bedrijf met een sterke balans is dus meer waard voor aandeelhouders dan een vergelijkbare onderneming met veel schulden.

Waarom is de eindwaarde zo belangrijk?

Bij veel DCF-berekeningen komt een groot deel van de totale waarde uit de eindwaarde. Dat betekent dat een flink deel van de berekening rust op aannames over de periode ná de eerste vijf of tien jaar.

Dat is belangrijk om te beseffen. Een DCF kan heel precies ogen, zeker wanneer er een exact bedrag per aandeel uitkomt. Maar als een groot deel van die waarde gebaseerd is op verwachtingen ver in de toekomst, dan is die precisie schijnbaar.

Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat je de eerste jaren van een bedrijf redelijk goed kunt inschatten. Toch kan de uiteindelijke uitkomst vooral afhangen van wat je verwacht ná die eerste periode. Verwacht je een iets hogere langdurige groei, dan loopt de berekende waarde snel op. Reken je voorzichtiger, dan daalt de uitkomst meteen.

Daarom is discounted cashflow vooral nuttig om scenario’s te testen:

  • Wat als de groei lager uitvalt?
  • Wat als het vereiste rendement hoger moet zijn?
  • Wat als de marges minder verbeteren?
  • Wat als de vrije kasstroom achterblijft?

Juist door die vragen te stellen, wordt een DCF waardevol. Niet omdat het één perfect koersdoel oplevert, maar omdat je beter begrijpt welke verwachtingen in de koers besloten liggen.

Wanneer is discounted cashflow nuttig?

Een DCF werkt vooral goed bij bedrijven waarvan de toekomstige kasstromen redelijk voorspelbaar zijn. Denk aan:

  • volwassen kwaliteitsbedrijven;
  • softwarebedrijven met terugkerende omzet;
  • sterke consumentengoederenbedrijven;
  • ondernemingen met stabiele marges;
  • bedrijven met beperkte schuld en betrouwbare kasstromen.

Bij zulke ondernemingen is het vaak beter mogelijk om een realistische inschatting te maken van de toekomst.

Wanneer werkt DCF minder goed?

Discounted cashflow is lastiger toe te passen bij:

  • banken en verzekeraars;
  • jonge verlieslatende groeibedrijven;
  • grondstoffenbedrijven;
  • sterk cyclische ondernemingen;
  • turnarounds;
  • bedrijven met sterk schommelende kasstromen.

In zulke gevallen kunnen andere waarderingsmethoden beter passen, of is extra voorzichtigheid nodig.

Waarom een DCF geen exacte waarheid is

Een DCF-berekening levert vaak één concreet bedrag op. Bijvoorbeeld: €83,40 per aandeel. Dat voelt precies, maar in werkelijkheid blijft het een schatting.

De uitkomst hangt af van aannames over onder andere:

  • toekomstige kasstromen;
  • winstgevendheid;
  • omzetgroei;
  • investeringsbehoefte;
  • discontovoet;
  • eindgroei;
  • schuldpositie.

Verander je één of twee van deze aannames, dan kan de berekende waarde flink verschuiven.

Daarom is het verstandig om niet met één scenario te werken, maar met meerdere:

  • een voorzichtig scenario;
  • een basisscenario;
  • een optimistisch scenario.

Zo krijg je een waarderingsbandbreedte in plaats van één getal dat meer zekerheid suggereert dan er werkelijk is.

Voorbeeld: kleine aannames, groot verschil

Stel dat je rekent met:

  • vrije kasstroom vandaag: €1 miljard;
  • jaarlijkse groei van de kasstroom: 8%;
  • discontovoet: 9%;
  • eindgroei: 2,5%.

Dat kan leiden tot een aantrekkelijke waardering.

Maar stel dat je iets voorzichtiger rekent:

  • de groei daalt van 8% naar 6%, of
  • de discontovoet stijgt van 9% naar 10%.

Dan kan de berekende waarde ineens duidelijk lager uitvallen.

Dit laat goed zien waarom bij discounted cashflow de aannames vaak belangrijker zijn dan het eindbedrag zelf. Een sterke DCF-berekening draait dus niet alleen om rekenen, maar vooral om realistisch nadenken.

Wat is het verschil tussen DCF en de koers-winstverhouding?

De koers-winstverhouding laat zien hoeveel beleggers betalen voor de winst van vandaag of volgend jaar. Het is een snelle en eenvoudige manier om aandelen met elkaar te vergelijken.

Een DCF gaat dieper. Die kijkt niet alleen naar de huidige winst, maar naar de toekomstige kasstromen over een langere periode.

Je kunt het verschil zo samenvatten:

  • Koers-winstverhouding: snel, overzichtelijk en praktisch, maar vrij grof.
  • Discounted cashflow: uitgebreider en fundamenteler, maar ook gevoeliger voor aannames.

Beide methoden kunnen nuttig zijn. De koers-winstverhouding helpt je bij een eerste oriëntatie. Een DCF helpt je vervolgens beter te begrijpen welke prestaties nodig zijn om de huidige koers te rechtvaardigen.

Wat is het verschil tussen discounted cashflow en fair value?

Fair value betekent: wat is een redelijke of faire waarde voor een aandeel?

Een DCF is één manier om die faire waarde te schatten. Maar het is niet de enige methode. Je kunt fair value ook benaderen met:

  • historische waarderingsniveaus;
  • koers-winstverhoudingen;
  • enterprise value/EBITDA;
  • dividendmodellen;
  • koers-boekwaardeverhoudingen;
  • vergelijkingen met sectorgenoten.

Discounted cashflow is vooral sterk wanneer kasstromen goed te voorspellen zijn en je echt wilt redeneren vanuit het economische verdienvermogen van een onderneming.

Praktische vuistregels voor een goede DCF

Een DCF wordt betrouwbaarder wanneer je voorzichtig en nuchter rekent. Deze aandachtspunten helpen daarbij.

Gebruik realistische groei

Laat de verwachte groei passen bij de kwaliteit, marktpositie en omvang van het bedrijf. Hoe groter een onderneming al is, hoe lastiger het wordt om jarenlang heel hard te blijven groeien.

Kies geen extreem lage discontovoet

Een te lage discontovoet maakt bijna ieder goed bedrijf goedkoop. Kies daarom een rendementseis die past bij het risico dat je neemt.

Houd de eindgroei bescheiden

De terminal growth rate ligt meestal lager dan de groei in de eerste jaren. Eeuwigdurende hoge groei is zelden realistisch.

Werk met meerdere scenario’s

Een basisscenario alleen vertelt niet het hele verhaal. Juist het verschil tussen voorzichtig, gemiddeld en optimistisch laat zien hoeveel veiligheidsmarge er is.

Vertrouw niet blind op één jaar kasstroom

Een uitzonderlijk sterk of zwak jaar kan de uitkomst vertekenen. Kijk liever naar de ontwikkeling over meerdere jaren.

Geen enkele waarderingsmethode is perfect. Daarom combineren veel beleggers DCF met andere bouwstenen zoals kwaliteit, schuld, kasstroom en concurrentievoordeel. Lees meer over: De WaarinBeleggen-methode: 7 bouwstenen om aandelen rustiger te beoordelen.

Conclusie: DCF is geen glazen bol, maar wel een sterk denkraam

Discounted cashflow is een van de meest fundamentele manieren om een aandeel te waarderen. Je kijkt niet alleen naar de winst van vandaag, maar naar het geld dat een bedrijf in de toekomst mogelijk kan verdienen.

Dat maakt DCF zo waardevol. Je leert bewuster nadenken over:

  • groei;
  • kasstromen;
  • risico;
  • rendement;
  • veiligheidsmarge.

Tegelijkertijd blijft het belangrijk om bescheiden te blijven. Een DCF is nooit exact. De uitkomst verandert zodra je aannames veranderen.

Gebruik discounted cashflow daarom niet als een absoluut koersdoel, maar als een waarderingskader. Het helpt je beter begrijpen of de huidige prijs logisch is en welke prestaties een bedrijf moet leveren om die prijs waar te maken.

Wie met een DCF leert kijken, krijgt meer grip op wat er achter een aandelenkoers schuilgaat. En juist dat kan helpen om rustiger, bewuster en met meer vertrouwen beleggingsbeslissingen te nemen.

Wil je zien hoe waardering, vrije kasstroom en intrinsieke waarde worden toegepast bij echte bedrijven? Bekijk dan onze aandelenanalyses.

Veelgestelde vragen over discounted cashflow

Discounted cashflow helpt je om bewuster naar de waarde van een aandeel te kijken. Deze vragen geven extra houvast bij het begrijpen van de DCF-methode en de aannames die daarbij horen.

Wat is discounted cashflow?

Discounted cashflow, vaak afgekort tot DCF, is een manier om de waarde van een bedrijf te schatten op basis van toekomstige vrije kasstromen. Die kasstromen reken je terug naar hun waarde van vandaag, omdat geld in de toekomst minder waard is dan geld nu.

Waarom gebruikt een DCF vrije kasstroom?

Vrije kasstroom laat zien hoeveel geld een bedrijf werkelijk overhoudt na noodzakelijke investeringen. Daardoor geeft dit vaak een realistischer beeld van de economische waarde dan winst alleen. Juist daarom vormt vrije kasstroom meestal de basis van een DCF-berekening.

Wat doet de discontovoet in een DCF-berekening?

De discontovoet bepaalt hoeveel waarde je vandaag toekent aan toekomstige kasstromen. Hoe hoger de discontovoet, hoe lager de uitkomst van de waardering meestal wordt. Dat past bij het idee dat beleggers bij meer risico ook een hoger gewenst rendement vragen.

Waarom is een DCF geen exacte waarheid?

Een DCF hangt sterk af van aannames over groei, marges, kasstromen, eindgroei en risico. Verander je één of twee aannames, dan kan de berekende waarde flink verschuiven. Daarom is een DCF vooral een denkkader en geen vaststaand koersdoel.

Wanneer werkt discounted cashflow goed?

DCF werkt meestal het best bij bedrijven waarvan de toekomstige kasstromen redelijk voorspelbaar zijn. Denk aan volwassen kwaliteitsbedrijven, ondernemingen met terugkerende omzet en bedrijven met stabiele marges en een gezonde balans.

Wanneer is een DCF minder geschikt?

Discounted cashflow is lastiger bij bedrijven met sterk wisselende of onvoorspelbare kasstromen. Bijvoorbeeld jonge verlieslatende groeibedrijven, grondstoffenbedrijven, turnarounds en sterk cyclische ondernemingen. Dan kunnen andere waarderingsmethoden soms beter passen.

Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen individueel advies. Beleggen en financiële keuzes brengen risico’s met zich mee. Raadpleeg altijd een erkend financieel adviseur of belastingdeskundige voor je persoonlijke situatie.

Laat een reactie achter

Winkelwagen