Eerder met pensioen gaan klinkt aantrekkelijk. Minder moeten, meer vrijheid en meer tijd voor jezelf, je gezin, reizen, hobby’s of gewoon rust. Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: hoeveel geld heb ik nodig om eerder met pensioen te gaan?
Het antwoord is niet één vast bedrag. Je hebt niet automatisch een miljoen nodig. Voor veel mensen gaat het vooral om de periode tussen hun gewenste stop-leeftijd en het moment waarop AOW, aanvullend pensioen of andere inkomsten starten.
Die tussenliggende periode moet je zelf kunnen betalen. Daarom is eerder met pensioen gaan vaak geen “miljoenenvraag”, maar vooral een overbruggingsvraag.
Met de calculator op deze pagina kun je berekenen hoeveel vrij vermogen je ongeveer nodig hebt om eerder te stoppen met werken.
Bereken hoeveel geld je nodig hebt om eerder met pensioen te gaan
Met onderstaande calculator bereken je stap voor stap of eerder met pensioen gaan haalbaar lijkt. Je kunt alleen rekenen, maar ook samen met je partner. Dat is belangrijk, omdat veel huishoudens niet tegelijk stoppen met werken of niet tegelijk AOW/pensioen ontvangen.
De calculator kijkt onder andere naar:
je huidige leeftijd
je gewenste stop-leeftijd
je AOW- of pensioenleeftijd
de leeftijd en stop-leeftijd van je partner
je maandelijkse uitgaven na stoppen
je huidige vrije vermogen
je extra maandelijkse inleg tot je stop-leeftijd
inkomen van degene die langer doorwerkt
overige inkomsten die blijven doorlopen
AOW en pensioeninkomen
verwacht rendement
belasting/kosten
inflatie
veiligheidsbuffer
Gebruik de uitkomst als indicatie. Het is geen persoonlijk financieel advies, maar wel een praktische manier om gevoel te krijgen bij je eigen situatie.
Eerder met pensioen calculator
Reken stap voor stap uit wanneer jij of jullie samen eerder met pensioen kunnen. Kies alleen of samen, vul leeftijden, uitgaven en vermogen in en bekijk direct wat een haalbare variant kan zijn.
Bereken je dit alleen of samen?
Veel mensen willen weten wanneer ze als huishouden kunnen stoppen. Daarom kun je hier kiezen of je alleen rekent of je partner meeneemt.
Leeftijden en gewenste stop-leeftijden
De tool rekent vanaf de eerste gewenste stop-leeftijd tot het moment waarop AOW of pensioeninkomen voldoende kan gaan meewegen.
Uitgaven, inkomsten en vermogen
Gebruik bij een partnerberekening de gezamenlijke bedragen van jullie huishouden. Reken vooral met vrij beschikbaar vermogen.
Rendement, belasting, inflatie en buffer
De standaardinstelling rekent met 6% rendement en 2,16 procentpunt aftrek voor belasting/kosten. Dat is 36% van 6%.
Uitkomst en optimale variant
Pas de stop-leeftijden aan met de schuifjes of vul de leeftijden handmatig in. De berekening loopt direct mee.
Bedrag dat rond de eerste stop-leeftijd nodig is om de periode tot AOW/pensioen te overbruggen.
De kleur van de kop laat zien of dit een tekort of marge is.
Indicatie op basis van je invoer.
Schuif of vul een stop-leeftijd in
Zo zie je meteen wat één of twee jaar later stoppen doet met de haalbaarheid.
Jij
Partner
Wat betekent deze uitkomst?
Vul je gegevens in om de toelichting te zien.
Rekengegevens
- Overbruggingsperiode0 jaar
- Gemiddeld nodig per jaar€ 0
- Verwacht vermogen op stopmoment€ 0
- Extra inleg boven huidige inleg€ 0
- Rendement na belasting/kosten0%
meest haalbare variant
De haalbare variant wordt automatisch berekend zodra je gegevens zijn ingevuld.
Ook je jaarruimte benutten?
Deze calculator rekent vooral met vrij vermogen. Maar als je jaarruimte hebt, kan fiscaal pensioen opbouwen nú al interessant zijn. Je kunt kiezen voor pensioensparen met meer zekerheid, of pensioenbeleggen met meer rendementskans.
Let wel op: pensioenvermogen is minder flexibel dan vrij vermogen. Daarom werkt een combinatie vaak het sterkst.
Praktische vervolgstappen
- Controleer of je maanduitgaven realistisch zijn.
- Reken ook met een voorzichtig rendement en voldoende buffer.
- Bekijk of vrij vermogen en pensioenvermogen goed op elkaar aansluiten.
Eerder met pensioen gaan draait om de jaren die je moet overbruggen
Veel mensen denken bij eerder stoppen met werken direct aan financiële onafhankelijkheid. Alsof je pas kunt stoppen als je nooit meer afhankelijk bent van inkomen, pensioen of AOW.
Dat hoeft niet altijd zo te zijn.
Er is een belangrijk verschil tussen:
volledig financieel onafhankelijk zijn
en
eerder stoppen vóór je AOW of aanvullend pensioen
Bij volledige financiële onafhankelijkheid moet je vermogen misschien tientallen jaren meegaan. Je vermogen moet dan je hele levensstijl dragen.
Bij eerder met pensioen gaan vóór je AOW gaat het vaak om een kortere periode. Je moet vooral de jaren overbruggen tussen je gewenste stop-leeftijd en het moment waarop pensioeninkomen, AOW of andere inkomsten starten.
Bijvoorbeeld:
Je bent 55 jaar.
Je wilt stoppen op je 62e.
Je AOW en aanvullend pensioen starten rond je 67e of 68e.
Dan moet je ongeveer 5 à 6 jaar zelf kunnen betalen.
Dat is een heel andere berekening dan stoppen op je 45e en nooit meer hoeven werken.
De simpele formule
Een eerste grove berekening maak je zo:
Benodigd vermogen = bedrag per jaar uit vermogen x aantal jaren tot AOW of pensioen
Stel dat je €3.000 netto per maand nodig hebt om prettig te leven. Dat is €36.000 per jaar.
Wil je 5 jaar eerder stoppen, dan heb je in de basis nodig:
€36.000 x 5 jaar = €180.000
Wil je 7 jaar eerder stoppen, dan wordt dat:
€36.000 x 7 jaar = €252.000
Wil je 10 jaar eerder stoppen, dan kom je uit op:
€36.000 x 10 jaar = €360.000
Dit is nog zonder inflatie, rendement, belasting en veiligheidsbuffer. In de praktijk wil je dus niet precies op het minimale bedrag rekenen.
Hoeveel heb je per maand nodig?
De belangrijkste knop waar je zelf aan kunt draaien, zijn je maandelijkse uitgaven.
Iemand met lage vaste lasten heeft veel minder vermogen nodig dan iemand met hoge woonlasten, dure reisplannen of kinderen die nog financiële steun nodig hebben.
Een grove richtlijn:
| Netto nodig per maand | Per jaar nodig | 3 jaar eerder stoppen | 5 jaar eerder stoppen | 7 jaar eerder stoppen |
|---|---|---|---|---|
| €2.000 | €24.000 | €72.000 | €120.000 | €168.000 |
| €2.500 | €30.000 | €90.000 | €150.000 | €210.000 |
| €3.000 | €36.000 | €108.000 | €180.000 | €252.000 |
| €3.500 | €42.000 | €126.000 | €210.000 | €294.000 |
| €4.000 | €48.000 | €144.000 | €240.000 | €336.000 |
| €4.500 | €54.000 | €162.000 | €270.000 | €378.000 |
Deze bedragen zijn alleen een startpunt. De calculator rekent verfijnder, omdat die ook kijkt naar inflatie, rendement, belasting/kosten, huidig vermogen, extra maandelijkse inleg en buffer.
Waarom €180.000 soms genoeg is en soms te weinig
Stel dat twee mensen allebei 5 jaar eerder met pensioen willen.
De eerste persoon heeft lage vaste lasten, een partner die nog werkt en heeft maar €1.500 per maand uit vermogen nodig. Dan is het jaarlijkse bedrag uit vermogen €18.000. Voor 5 jaar is dat in de basis €90.000.
De tweede persoon heeft geen andere inkomsten, wil ruim leven en heeft €4.000 per maand uit vermogen nodig. Dan is het jaarlijkse bedrag €48.000. Voor 5 jaar is dat in de basis €240.000.
Het verschil zit dus niet alleen in leeftijd of vermogen. Het zit vooral in je maandelijkse uitgaven en in de vraag of er nog andere inkomsten zijn.
Daarom is eerder met pensioen gaan niet alleen een vermogensvraag. Het is ook een leefstijl-, uitgaven- en planningsvraag.
Reken met je huishouden als je een partner hebt
Heb je een partner? Dan is het vaak logischer om met huishoudbedragen te rekenen.
Vul dan niet alleen jouw persoonlijke uitgaven in, maar de gezamenlijke maanduitgaven van jullie huishouden. Neem ook het gezamenlijke vrije vermogen en de gezamenlijke maandelijkse inleg mee.
Dat maakt veel verschil.
Stel:
Jij wilt stoppen op je 57e.
Je partner werkt door tot 62 jaar.
Jullie geven samen €4.500 per maand uit.
Je partner verdient nog €2.500 netto per maand zolang hij of zij werkt.
Dan hoeft er tussen 57 en 62 niet €4.500 per maand uit vermogen te komen, maar:
€4.500 – €2.500 = €2.000 per maand
Vanaf het moment dat je partner ook stopt, valt dat inkomen weg. Dan moet je opnieuw kijken welke inkomsten overblijven. Denk aan overige inkomsten, pensioen, AOW of vrij vermogen.
Daarom is een partnerberekening belangrijk. De vraag is vaak niet alleen: “Wanneer kan ik stoppen?”, maar vooral: wanneer kunnen wij als huishouden stoppen?
Inkomen dat langer doorloopt
Sommige inkomsten blijven nog doorlopen nadat de eerste persoon stopt met werken.
Denk aan:
inkomen van de partner die langer doorwerkt
deeltijdwerk
huurinkomsten
dividend of rente
lijfrente
eerder ingaand pensioen
andere vaste inkomsten
In de calculator kun je onderscheid maken tussen tijdelijk inkomen en inkomsten die blijven doorlopen.
Het inkomen van degene die langer doorwerkt telt alleen mee tot jullie allebei gestopt zijn. Daarna valt dit inkomen weg.
Overige inkomsten die blijven doorlopen, zoals huurinkomsten of dividend, blijven juist meetellen tijdens de overbruggingsperiode.
AOW en pensioen kunnen de berekening veranderen
Bij stellen kan het zijn dat de ene partner eerder AOW of pensioen ontvangt dan de andere. Dat kan belangrijk zijn.
Stel:
Jij stopt op 60.
Je partner stopt op 62.
Jij ontvangt vanaf 67 AOW en pensioen.
Je partner ontvangt vanaf 68 AOW en pensioen.
Dan hoeft je vrije vermogen niet per se alle jaren volledig te dragen. Zodra één van jullie AOW of pensioen ontvangt, kan dat de behoefte uit vermogen verlagen.
Daarom kun je in de calculator optioneel AOW en pensioeninkomen invullen. Dat inkomen telt pas mee vanaf de ingevulde AOW-/pensioenleeftijd.
Laat deze velden op 0 als je alleen wilt berekenen hoeveel vrij vermogen nodig is tot je AOW of pensioen start.
Wat als je eerst minder gaat werken?
Je hoeft niet altijd in één keer volledig te stoppen. Minder werken kan financieel veel slimmer zijn.
Stel dat je €3.000 netto per maand nodig hebt. Zonder werk heb je €36.000 per jaar nodig uit vermogen.
Maar als je nog 2 dagen per week blijft werken en daarmee €1.500 netto per maand verdient, hoef je nog maar €1.500 per maand uit vermogen te halen.
Dan wordt het jaarlijkse bedrag:
€1.500 x 12 = €18.000
Voor 5 jaar eerder met pensioen gaan betekent dat:
Volledig stoppen: €36.000 x 5 = €180.000
Deels blijven werken: €18.000 x 5 = €90.000
Deeltijd werken kan dus een krachtige tussenoplossing zijn. Je krijgt meer vrijheid, maar hoeft veel minder vermogen op te bouwen.
Vergeet inflatie niet
Inflatie maakt eerder met pensioen gaan lastiger. Een bedrag dat vandaag genoeg lijkt, kan over een paar jaar minder waard zijn.
Stel dat je vandaag €3.000 per maand nodig hebt. Bij 2,5% inflatie stijgen je uitgaven ieder jaar.
Dan is €36.000 per jaar in jaar 1 misschien genoeg, maar later heb je meer nodig om dezelfde levensstijl te houden.
Grofweg ziet dat er zo uit:
| Jaar | Benodigd jaarbedrag bij 2,5% inflatie |
|---|---|
| Jaar 1 | €36.000 |
| Jaar 2 | €36.900 |
| Jaar 3 | €37.823 |
| Jaar 4 | €38.768 |
| Jaar 5 | €39.737 |
Daarom rekent de calculator met inflatie. Dat maakt de uitkomst realistischer dan simpelweg je huidige maandbedrag vermenigvuldigen met het aantal jaren.
Rendement helpt, maar reken voorzichtig
Als je vermogen belegd is, kan rendement helpen. Maar rendement is onzeker. Zeker als je vermogen binnen enkele jaren nodig hebt, wil je voorzichtig rekenen.
Een hoger verwacht rendement maakt het plan mooier op papier. Maar als de beurs net daalt rond het moment dat jij stopt, kan dat vervelend uitpakken.
Daarom is het verstandig om niet alleen naar bruto rendement te kijken, maar ook naar rendement na belasting en kosten.
Bijvoorbeeld:
Verwacht rendement: 6%
Aftrek door belasting/kosten: 2,16%
Rendement na belasting/kosten: 3,84%
Inflatie: 2,5%
Dan blijft er in koopkracht veel minder over dan het bruto rendement doet vermoeden.
De calculator laat daarom zien wat er gebeurt als je rendement, belasting/kosten, inflatie en buffer aanpast.
Vrij vermogen, spaargeld en deposito’s
Niet al je vermogen is even bruikbaar. Als je eerder met pensioen wilt vóór je AOW, heb je vooral vrij vermogen nodig. Denk aan spaargeld, beleggingen of deposito’s waar je zelf over kunt beschikken.
Voor geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt, is zekerheid vaak belangrijker dan maximaal rendement. Het kan daarom slim zijn om je vermogen in verschillende potjes te verdelen:
Direct beschikbare buffer voor onverwachte kosten
Spaargeld of deposito’s voor de eerste jaren na stoppen
Beleggingen voor het deel dat langer kan blijven staan
Pensioenvermogen voor de periode na AOW of pensioenleeftijd
Zo voorkom je dat je net na een beursdaling beleggingen moet verkopen om je maandelijkse uitgaven te betalen.
Voor het spaardeel kun je ook kijken naar spaarrentes en deposito’s via Raisin. Daarmee kun je mogelijk meer rente ontvangen dan op een gewone betaal- of spaarrekening, terwijl je het defensieve deel van je vermogen apart houdt.
Lees ook:
Controleer altijd goed de voorwaarden, looptijd, opnamebeperkingen en het depositogarantiestelsel voordat je spaargeld vastzet.
Pensioenvermogen is minder flexibel
Pensioenbeleggen of pensioensparen kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar dat geld staat meestal minder flexibel vast. Daardoor is het niet altijd geschikt om de jaren vóór je AOW te overbruggen.
Daarom is de kernvraag:
Heb je flexibiliteit nodig vóór je AOW-leeftijd, of wil je vooral fiscaal voordelig vermogen opbouwen voor later?
Vaak is een combinatie verstandig:
Vrij vermogen voor de jaren vóór AOW of pensioen
Pensioenvermogen voor later
Noodbuffer voor onverwachte uitgaven
Eventueel dividend, rente of andere inkomsten als aanvulling
Jaarruimte, pensioensparen en pensioenbeleggen
Als je jaarruimte hebt, kan het interessant zijn om fiscaal pensioenvermogen op te bouwen. Je kunt dan mogelijk geld inleggen voor je pensioen en onder voorwaarden belastingvoordeel krijgen.
Maar pensioenvermogen is minder flexibel dan vrij vermogen. Het helpt dus niet altijd om de jaren vóór je AOW te overbruggen.
Daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen:
Vrij beleggen of sparen: flexibel vermogen voor eerder stoppen vóór AOW
Pensioensparen: fiscaal pensioen opbouwen met vaak meer zekerheid
Pensioenbeleggen: fiscaal pensioen opbouwen met meer rendementskans en meer risico
Wil je verder kijken naar fiscaal pensioenvermogen? Dan zijn deze pagina’s logisch:
Pensioensparen vergelijken
Pensioenbeleggen vergelijken
Fiscale jaarruimte berekenen
Hoeveel buffer heb je nodig?
Reken niet precies op het minimale bedrag. Dat geeft weinig ruimte als het tegenzit.
Je kunt te maken krijgen met:
hogere inflatie
lagere rendementen
belastingwijzigingen
zorgkosten
onderhoud aan je woning
een partner die eerder stopt of minder gaat werken
kinderen die langer financiële steun nodig hebben
een beursdaling vlak vóór of na je stopmoment
Daarom is een veiligheidsbuffer verstandig.
Wie denkt €180.000 nodig te hebben, zit waarschijnlijk rustiger met €210.000 of €230.000. Niet omdat dat exacte bedrag altijd nodig is, maar omdat het ruimte geeft bij tegenvallers.
Conclusie: hoeveel geld heb je nodig om eerder met pensioen te gaan?
De simpele vuistregel is:
Maandelijkse uitgaven uit vermogen x 12 x aantal overbruggingsjaren
Maar de echte berekening hangt af van meer factoren:
je gewenste stop-leeftijd
je AOW- of pensioenleeftijd
je maandelijkse uitgaven
je vrije vermogen
partnerinkomen of andere inkomsten
AOW en pensioeninkomen
extra maandelijkse inleg
inflatie
rendement na belasting en kosten
veiligheidsbuffer
Het belangrijkste inzicht is dit:
Eerder met pensioen gaan is vaak geen miljoenenvraag, maar een overbruggingsvraag.
Je hoeft niet altijd volledig financieel onafhankelijk te zijn. Je moet vooral weten hoeveel je nodig hebt om de periode tot je AOW of aanvullend pensioen te overbruggen.
De calculator hierboven helpt je om van een vaag doel een concreet bedrag te maken.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen individueel advies. Beleggen en financiële keuzes brengen risico’s met zich mee. Raadpleeg altijd een erkend financieel adviseur of belastingdeskundige voor je persoonlijke situatie.

