Hoe bescherm je je vermogen tegen inflatie met aandelen met pricing power?

Dit artikel is onderdeel van: Bedrijfskwaliteit & bedrijfsmodellen

Inflatie is een sluipende belasting op je vermogen. Terwijl spaargeld stil blijft staan, worden producten en diensten elk jaar duurder.

Wanneer de inflatie oploopt, raken veel beleggers onrustig. Dat is begrijpelijk. Hogere energieprijzen, duurdere grondstoffen en stijgende lonen zetten druk op de economie. Consumenten houden minder over, bedrijven krijgen te maken met hogere kosten en de beurs reageert vaak direct met koersdalingen.

Toch zit hier een belangrijke tegenstrijdigheid die vraagt om meer uitleg.

Juist in een inflatieperiode kunnen sterke aandelen met pricing power een van de beste manieren zijn om je koopkracht te beschermen.

Dat klinkt tegenstrijdig. Inflatie is toch juist slecht voor bedrijven? Op korte termijn vaak wel. Maar op langere termijn laat inflatie vooral zien welke bedrijven écht sterk zijn. Ondernemingen met pricing power kunnen hun prijzen verhogen, hun marges beschermen en hun winst op peil houden. En precies daarom kunnen juist zulke aandelen interessant worden wanneer de markt nerveus wordt.

De kern is alleen dat je goed moet begrijpen wat de inflatie veroorzaakt en wat voor soort bedrijf je bezit.

Niet alle inflatie is hetzelfde

Veel beleggers praten over inflatie alsof het één verschijnsel is. In werkelijkheid kan inflatie uit verschillende bronnen komen.

Soms ontstaat inflatie doordat energieprijzen hard oplopen. Soms doordat lonen stijgen. Soms door tekorten aan grondstoffen of halffabricaten. En soms doordat de vraag in de economie juist erg sterk is.

Dat verschil is belangrijk, want de oorzaak van inflatie bepaalt vaak welke bedrijven direct profiteren en welke bedrijven onder druk komen te staan.

Als bijvoorbeeld olie de inflatie aanjaagt vanwege schaarste, profiteren energiebedrijven vaak als eerste.
Als lonen stijgen, krijgen arbeidsintensieve bedrijven juist sneller last.
En als de economie oververhit raakt, kunnen bedrijven met sterke merken of dominante posities hun prijzen juist makkelijker verhogen.

Daarom is de vraag voor beleggers niet alleen: is er inflatie?
De betere vraag is: waardoor ontstaat die inflatie?

Wat kunnen we leren over inflatie uit het verleden?

De geschiedenis laat zien dat brede aandelenmarkten in inflatieperiodes niet automatisch veilige havens zijn. Tijdens de oliecrisis in de jaren 70 kregen veel bedrijven te maken met hogere kosten en economische druk. Hetzelfde zagen we in 2022, toen energieprijzen opnieuw sterk opliepen.

Maar in beide periodes ontstond ook een duidelijke scheiding.

Bedrijven zonder prijsmacht kregen het moeilijk.
Bedrijven met echte assets of sterke pricing power hielden zich vaak veel beter staande.
En bedrijven die direct profiteerden van de oorzaak van inflatie deden het soms zelfs opvallend goed.

Dat is de echte les: inflatie maakt niet alleen slachtoffers. Inflatie werkt vooral als een stresstest voor bedrijfsmodellen.

Waarom cash bijna altijd verliest bij inflatie

Wanneer inflatie oploopt, zoeken veel beleggers veiligheid in cash. Dat voelt logisch: cash lijkt stabiel en voorkomt koersschommelingen. Maar in werkelijkheid kan cash juist een van de slechtste plekken zijn om vermogen te parkeren tijdens inflatie.

Wanneer inflatie oploopt, zoeken veel beleggers veiligheid in cash. Dat voelt logisch: cash lijkt stabiel en voorkomt koersschommelingen. Maar in werkelijkheid kan cash juist een van de slechtste plekken zijn om vermogen te parkeren tijdens inflatie. Wie wil begrijpen waarom, kan ook lezen wat inflatie met je spaargeld doet.

Inflatie werkt namelijk als een stille belasting op spaargeld. Als inflatie 5% bedraagt en spaargeld slechts 1% rente oplevert, verliest dat geld elk jaar ongeveer 4% aan koopkracht. Over langere perioden kan dat enorme gevolgen hebben. €100.000 aan spaargeld kan bij langdurige inflatie een groot deel van zijn reële waarde verliezen.

Daarom benadrukken veel beleggers dat cash vooral een tijdelijke parkeerplaats is en geen echte bescherming tegen inflatie.

Zoals Warren Buffett ooit zei:

“The best protection against inflation is owning productive assets.”

Productieve activa zijn bedrijven die waarde creëren en hun prijzen kunnen verhogen.

Juist daarom is het verschil tussen stilstaand vermogen en productieve activa zo belangrijk. In mijn artikel over sparen versus beleggen ga ik daar dieper op in.

Wat doet inflatie met €10.000 over 20 jaar?

Deze vereenvoudigde vergelijking laat zien waarom cash op lange termijn vaak koopkracht verliest, terwijl sterke aandelen de kans hebben om inflatie te verslaan. In dit voorbeeld groeit spaargeld met 1,5% per jaar, inflatie loopt op met 3% per jaar en aandelen met pricing power renderen gemiddeld 8% per jaar.

  • Sparen / cash (1,5% per jaar)
  • Inflatie / kostenstijging (3% per jaar)
  • Aandelen met pricing power (8% per jaar)
€50k
€40k
€30k
€20k
€10k
€0
Start
Jaar 5
Jaar 10
Jaar 15
Jaar 20

Sparen / cash

€13.468

Nominaal lijkt je vermogen te groeien, maar de koopkracht loopt vaak juist achter op inflatie.

Kosten door inflatie

€18.061

Wat vandaag €10.000 kost, vraagt bij 3% inflatie over 20 jaar al ruim €18.000.

Aandelen met pricing power

€46.610

Sterke bedrijven kunnen prijzen verhogen en hebben daardoor historisch meer kans om inflatie te verslaan.

Let op: dit is een vereenvoudigd rekenvoorbeeld en geen garantie voor toekomstig rendement. De grafiek laat vooral het principe zien: cash oogt veilig, maar verliest op lange termijn vaak koopkracht, terwijl sterke productieve activa juist kunnen meegroeien met inflatie.

Wat betekent inflatie voor beleggers

Inflatie hoeft voor beleggers niet alleen een bedreiging te zijn.

Het kan juist duidelijk maken welke bedrijven echt sterk zijn.

Sterke bedrijven kunnen:

  • prijzen verhogen
  • klanten behouden
  • marges beschermen
  • kasstromen laten meegroeien met inflatie

Daarom kijken lange-termijn beleggers vaak niet alleen naar inflatie zelf, maar naar welke bedrijven bestand zijn tegen inflatie.

Wanneer de markt nerveus wordt en sterke bedrijven tijdelijk dalen, kunnen dat juist interessante momenten zijn om opnieuw naar hun waarde te kijken.

Drie groepen bedrijven in een inflatieperiode

Niet alle bedrijven reageren hetzelfde op inflatie. Sommige bedrijven profiteren van stijgende prijzen, andere kunnen zich eraan aanpassen en weer andere krijgen juist moeite om hun marges te beschermen.

Voor beleggers helpt het daarom om bedrijven grofweg in drie groepen te verdelen. Deze indeling zegt vaak meer over inflatiebestendigheid dan alleen sector of dividendrendement.

Groep 1 – Bedrijven die profiteren van de oorzaak van inflatie

De eerste groep bestaat uit bedrijven die direct profiteren van de bron van inflatie.

Inflatie ontstaat namelijk meestal niet uit het niets. Vaak wordt inflatie veroorzaakt door een specifieke economische schok, zoals:

  • stijgende energieprijzen
  • schaarste aan grondstoffen
  • geopolitieke spanningen
  • stijgende defensie-uitgaven
  • tekorten in productieketens

Bedrijven die precies in die sector actief zijn, kunnen dan direct profiteren.

Als inflatie bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door stijgende olieprijzen, stijgen de inkomsten van energiebedrijven vaak automatisch mee. Waar veel bedrijven hogere energiekosten moeten betalen, ontvangen energieproducenten juist hogere prijzen voor hun product.

Voorbeelden kunnen zijn:

  • Shell plc, Total Energies, Exon Mobile etc.
  • Enbridge, Chevron Inc.
  • Energie Utilities

Wanneer de olieprijs stijgt, neemt de omzet van een olieproducent vaak direct toe. En infrastructuurbedrijven zoals Enbridge verdienen aan het transport van olie en gas, waarbij tarieven vaak gekoppeld zijn aan volumes of inflatie.

Hetzelfde mechanisme kan in andere sectoren optreden. Wanneer geopolitieke spanningen leiden tot hogere defensiebudgetten, kunnen defensiebedrijven zoals Rheinmetall AG profiteren.

Deze bedrijven zijn vaak de eerste zichtbare winnaars van inflatie, omdat hun inkomsten direct verbonden zijn met de oorzaak van de prijsstijging.

Groep 2 – Bedrijven die zich aanpassen aan inflatie (pricing power)

De tweede groep bestaat uit bedrijven die niet direct profiteren van inflatie, maar wel de mogelijkheid hebben om hogere kosten door te berekenen aan hun klanten.

Dit vermogen noemen beleggers pricing power.

Wanneer kosten stijgen door inflatie, hebben deze bedrijven voldoende marktmacht om hun prijzen te verhogen zonder hun klanten te verliezen. Daardoor kunnen hun marges op langere termijn redelijk stabiel blijven. Dit is de groep die het belangrijkste is om in de gaten te houden.

Dat komt meestal door structurele concurrentievoordelen zoals:

  • sterke merken
  • hoge overstapkosten
  • netwerkeffecten
  • dominante marktposities
  • producten of diensten die moeilijk te vervangen zijn

Voorbeelden kunnen zijn:

  • Microsoft
  • ASML
  • Visa
  • SAP SE
  • Alphabet Inc.
  • Linde plc
  • PepsiCo
  • Nestlé
  • Ahold Delhaize

Deze bedrijven profiteren dus niet van inflatie zelf, maar hun bedrijfsmodel is sterk genoeg om inflatie te absorberen en uiteindelijk door te geven aan de klant.

Voor lange-termijn beleggers is dit vaak de meest interessante groep, omdat de kracht van het bedrijf niet afhankelijk is van één specifieke economische schok.

Groep 3 – Bedrijven die gevoeliger zijn voor inflatie

De derde groep bestaat uit bedrijven die minder controle hebben over hun prijzen en daardoor gevoeliger zijn voor inflatie.

Wanneer kosten stijgen, kunnen deze bedrijven hun prijzen vaak niet volledig verhogen zonder klanten te verliezen. Daardoor komt hun winst sneller onder druk te staan.

Dat kan verschillende oorzaken hebben:

  • sterke concurrentie
  • prijsgevoelige klanten
  • producten of diensten die eenvoudig uitgesteld kunnen worden
  • hoge operationele kosten

Voorbeelden kunnen zijn:

  • Basic-Fit
  • Kinepolis Group
  • Ryan air
  • Zalando
  • Volkswagen

Bij dit soort bedrijven kunnen klanten sneller hun uitgaven aanpassen wanneer hun koopkracht onder druk komt te staan. Een bioscoopbezoek kan worden overgeslagen, een aankoop kan worden uitgesteld of bedrijven kunnen investeringen later doen.

Dat maakt deze ondernemingen gevoeliger voor economische onzekerheid en stijgende kosten.

Hoe herken je bedrijven met pricing power?

Dat is uiteindelijk de belangrijkste vraag voor beleggers. Als je wilt begrijpen welke bedrijven inflatie goed kunnen doorstaan, moet je vooral herkennen wie zijn prijzen kan verhogen zonder zijn klanten kwijt te raken.

Pricing power zit meestal niet in één ratio. Het zit in de structuur van het bedrijfsmodel, de marktpositie en het gedrag van klanten. Vaak herken je zulke bedrijven aan een combinatie van de volgende kenmerken.

Veel bedrijven met pricing power hebben ook een sterke concurrentiepositie. In ons artikel over wat een economische moat is leggen we uit hoe bedrijven hun voorsprong op concurrenten kunnen beschermen.

1. Klanten kunnen niet makkelijk overstappen

Wanneer overstappen lastig, duur of risicovol is, heeft een bedrijf vaak veel prijsruimte.

Bijvoorbeeld bij Microsoft. Bedrijven die volledig draaien op Microsoft-software stappen niet zomaar over naar een ander systeem om een kleine prijsverhoging te vermijden. De kosten, training en risico’s zijn simpelweg te groot.

2. Het merk is sterk genoeg om prijsverhogingen te dragen

Sterke merken zorgen ervoor dat klanten niet alleen op prijs kopen, maar ook op vertrouwen, gewoonte of kwaliteit.

Een voorbeeld is PepsiCo. Hoewel er goedkopere alternatieven bestaan, blijven veel consumenten producten van Pepsi of Lay’s kopen. Dat geeft het bedrijf ruimte om prijzen geleidelijk te verhogen.

3. Het product is essentieel voor de klant

Wanneer een product belangrijk is voor de klant, maar slechts een klein deel van de totale kosten vormt, is een prijsverhoging vaak minder problematisch.

Een goed voorbeeld is Linde plc. Industriële gassen zijn cruciaal voor veel productieprocessen, maar vormen vaak maar een klein deel van de totale productiekosten. Daardoor kunnen prijsverhogingen makkelijker worden doorgevoerd.

4. Het bedrijf heeft een dominante marktpositie

Bedrijven met een sterke marktpositie hebben vaak meer controle over hun prijsstelling omdat er weinig echte alternatieven zijn.

Bijvoorbeeld SAP SE. Veel grote ondernemingen gebruiken SAP voor hun kernprocessen. Overstappen naar een ander systeem is complex en kostbaar, waardoor SAP relatief veel prijsruimte heeft.

5. Het bedrijf profiteert van netwerkeffecten

Sommige bedrijven worden waardevoller naarmate meer mensen het systeem gebruiken. Dat creëert een sterke concurrentiepositie.

Een goed voorbeeld is Visa. Hoe meer consumenten en bedrijven Visa accepteren, hoe moeilijker het wordt om het netwerk te vervangen. Dat geeft het bedrijf sterke pricing power.

6. Het bedrijf heeft terugkerende inkomsten

Bedrijven met abonnementen of langlopende contracten kunnen prijzen vaak geleidelijk verhogen zonder grote schokken voor klanten.

Bijvoorbeeld Deutsche Telekom. Telecomabonnementen lopen vaak door en prijsaanpassingen worden meestal jaarlijks doorgevoerd.

7. Marges blijven stabiel in moeilijke jaren

De beste test van pricing power is de praktijk. Bedrijven met echte prijsmacht weten hun marges vaak redelijk stabiel te houden, zelfs wanneer kosten stijgen.

Een voorbeeld is Nestlé. Tijdens inflatieperiodes heeft het bedrijf regelmatig prijsverhogingen doorgevoerd zonder grote schade aan volumes.

Veel bedrijven met sterke pricing power vallen in de categorie conservatieve aandelen. In een eerder artikel leggen we uit hoe je conservatieve aandelen selecteert.

Conclusie

Inflatie vernietigt koopkracht. Maar sterke bedrijven met pricing power kunnen juist profiteren van stijgende prijzen. Daarom kiezen veel lange-termijn beleggers liever voor kwaliteit dan voor cash.

Inflatie is voor beleggers niet alleen een risico, maar vooral een test van bedrijfsmodellen. Sommige bedrijven profiteren direct van de oorzaak van inflatie, zoals energie- of infrastructuurbedrijven. Andere bedrijven verdienen hun bescherming op een andere manier: zij beschikken over pricing power en kunnen stijgende kosten doorberekenen aan hun klanten. En juist daar ligt vaak de grootste kans voor lange-termijn beleggers.

De belangrijkste les is daarom niet dat je “weg moet uit aandelen” wanneer inflatie oploopt. De betere vraag is: welke bedrijven zijn sterk genoeg om inflatie op te vangen of zelfs in hun voordeel te gebruiken? Wie daar scherp naar kijkt, ziet dat koersdalingen in sterke bedrijven soms juist interessante momenten kunnen zijn om kwaliteit op te pikken.

Cash voelt in onrustige tijden misschien veilig, maar biedt op langere termijn zelden echte bescherming tegen koopkrachtverlies. Productieve activa doen dat vaak wel. En daarom kunnen juist sterke aandelen, ondanks alle onrust, een van de beste manieren zijn om je vermogen tegen inflatie te beschermen.

Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen individueel advies. Beleggen en financiële keuzes brengen risico’s met zich mee. Raadpleeg altijd een erkend financieel adviseur of belastingdeskundige voor je persoonlijke situatie.

Laat een reactie achter

Winkelwagen