De vraag die nu bij heel veel mensen speelt, is heel simpel:
“Waarom zou ik nog risico nemen met beleggen, als de fiscus straks 36% van mijn rendement belast, ook als ik niks verkoop?”
Het kabinet duwt met zichtbare tegenzin richting een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. De vermogensaanwasbelasting wordt het uitgangspunt: belasting op rente, dividend én koersstijgingen. Uitstellen is politiek en budgettair bijna onmogelijk geworden; de gaten in de begroting laten weinig keuze. Lees hier het eerdere artikel Het nieuwe box 3 stelsel: waarom zoveel mensen zich zorgen maken?
Intussen verdwijnt het vertrouwde heffingsvrije vermogen, er komt slechts een kleine heffingsvrije winst voor in de plaats, en verliezen uit box 3 zijn in principe alleen vooruit te verrekenen.
Geen wonder dat veel beleggers denken: “Heeft beleggen nog wel zin gegeven het risico dat ik loop”
Laten we het stap voor stap bekijken
Wat verandert er in box 3?
Op dit moment zitten we nog in een overgangsstelsel met fictieve rendementen per vermogenscategorie, maar wel op basis van je echte mix (spaargeld, beleggingen, overige bezittingen). Het tarief is 36% en er bestaat nog een heffingsvrij vermogen van circa 59k.
Vanaf ongeveer 2028 wil de overheid overschakelen naar een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement. De grote lijnen daarvan zijn inmiddels duidelijk, al kunnen details nog veranderen.
In dat nieuwe stelsel:
- betaal je belasting over het werkelijk rendement: rente, dividend, huur en waardeontwikkelingen van je beleggingen
- wordt de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting: ook ongerealiseerde koersstijgingen tellen mee, ook als je niets verkoopt
- blijven we werken met een tarief van 36%
- verdwijnt het heffingsvrije vermogen zoals we dat kennen en komt er een (relatief bescheiden) heffingsvrij rendement voor in de plaats
- mag je verliezen alleen vooruit verrekenen met toekomstige positieve box 3-inkomsten, boven een bepaalde drempel; terugwentelen naar eerdere jaren kan niet
- Met inflatie wordt geen rekening gehouden
De Raad van State en verschillende deskundigen zijn kritisch: het stelsel is complex, zwaar uitvoerbaar en maakt burgers sterk afhankelijk van waarderingen en data van banken en vermogensbeheerders. Tegelijk is er door eerdere rechterlijke uitspraken en de budgettaire druk weinig ruimte om alles weer helemaal opnieuw te ontwerpen.
Met andere woorden: niemand loopt er warm voor, maar het moet “anders loopt de schatkist inkomsten mis”.
Wil je zelf berekenen wat dit voor jouw belasting betekent. Gebruik de gratis calculator op deze site. Vermogensaanwasbelasting: zelf box 3 belasting 2028 berekenen
Waarom voelt dit zo ongunstig als je belegt?
Dat ongemakkelijke gevoel is heel goed te begrijpen.
Een kernpunt is de belasting op papieren winsten. Stel dat je portefeuille in één jaar 10% stijgt, zonder dat je iets verkoopt. In het nieuwe systeem wordt die 10% gezien als vermogensaanwas. Daarover betaal je 36% belasting. Daalt de markt het jaar daarna direct met 20%, dan komt die eerder betaalde belasting niet vanzelf terug. Je mag het verlies wel meenemen naar de toekomst, maar alleen om toekomstige positieve rendementen te verlagen. Dit zorgt ervoor dat belegger goed moeten letten op het betalen van belasting op basis van papierenwinsten. Zeker beleggers die leven van hun beleggingen en waarvan het kapitaal in illiquide fondsen zit waar je tevens ook nog kosten voor moet betalen bij verkoop.
Daar komt bij dat het vertrouwde heffingsvrije vermogen verdwijnt. Dat voelde voor veel mensen als een rustige buffer: “tot hier laat de fiscus me met rust”. In het nieuwe systeem wordt dat een klein heffingsvrij rendement per jaar. Dat is aardig als je een bescheiden vermogen hebt en weinig risico neemt, maar voor iedereen met wat meer vermogen wordt de belastingdruk duidelijker voelbaar. Ook als je veel rendement haalt met een relatief laag vermogen ga je dit zeker merken tov de huidige wetgeving.
En dan de psychologische kant: als je eerst een paar mooie plusjaren hebt, daar keurig belasting over afdraagt, en daarna een forse dip meemaakt, voelt het alsof je dubbel gestraft wordt. De waarde van je portefeuille daalt, terwijl de belasting over de eerdere piek allang is afgeschreven.
Tegelijk hoor je uit Europa juist geluiden om het investeringsklimaat te verbeteren, terwijl Nederland kiest voor een model dat beleggers eerder afremt dan uitnodigt. Dat schuurt.
Alles bij elkaar maakt dat veel particuliere beleggers het gevoel hebben in de hoek te zitten waar de klappen vallen. Want dat is waar de klappen vallen. Ondernemers en grote kapitalen beleggen voornamelijk in box 2, waar vermogenaanwas niet bestaat en de nieuwe wetgeving dus arbitrair maakt.
Heeft beleggen dan nog zin?
Ja, maar je moet wél anders naar rendement kijken.
Niet beleggen is natuurlijk ook een keuze. Maar geld op een spaar- of betaalrekening levert meestal weinig op, zeker als je inflatie meeneemt van 3% per jaar. Ook spaargeld valt gewoon in box 3, dus je kunt reëel koopkracht verliezen en toch belasting betalen, simpelweg omdat er op papier rendement wordt verondersteld zonder inflatie mee te nemen. Beleggen is nog steeds interessanter dan sparen.
Een simpel rekenvoorbeeld: stel dat je op lange termijn gemiddeld 6% bruto rendement per jaar haalt met beleggen (puur als rekenvoorbeeld, geen garantie). Over die 6% betaal je 36% belasting: dat is 2,16 procentpunt. Netto houd je dan grofweg 3,8% over.
Is dat spectaculair? Nee.
Is het beter dan 1–2% rente waar je óók belasting over betaalt, terwijl inflatie misschien 2–3% is? In veel gevallen nog steeds wel. En als je gaat rekenen met samengestelde groei over tien, twintig of dertig jaar, maakt 3–4% netto rendement nog altijd een enorm verschil voor je vermogen.
Vermogen opbouwen wordt dus moeilijker, niet onmogelijk. De route naar je doelen wordt langer en steiler, maar beleggen blijft een van de weinige manieren om na belasting en inflatie nog echte groei over te houden.
Wat betekent dit voor je risicobeleving?
Het nieuwe stelsel verandert de markt niet, maar wel hoe jij die markt ervaart.
Schommelingen in je portefeuille gaan zwaarder voelen. Een reeks topjaren gevolgd door een harde crash is fiscaal en emotioneel ongunstiger dan een gelijkmatiger pad. Je hebt belasting betaald over piekjaren, terwijl je vermogen later is teruggevallen. Dat geeft het gevoel dat je “twee keer verliest”.
Daarom wordt volatiliteit niet alleen een kwestie van koersen, maar indirect ook een belastingrisico. Risico nemen kan nog steeds, maar je wilt er wel een duidelijk hoger verwacht netto rendement voor terugzien. “Een beetje extra risico voor misschien een beetje extra rendement” wordt minder aantrekkelijk.
Liquiditeit wordt ook belangrijker. Omdat je belasting moet betalen over winsten die je niet per se hebt verzilverd, is het onhandig als je tot de laatste euro in volatiele beleggingen zit. Je hebt simpelweg een buffer nodig om de aanslag te kunnen betalen zonder gedwongen verkopen op een slecht moment.
En ten slotte maakt de asymmetrie tussen winst en verlies korte, speculatieve gokjes minder aantrekkelijk. De Belastingdienst deelt mee in je winsten, maar niet op dezelfde manier in je verliezen. Dat maakt rustige, doordachte strategieën relatief aantrekkelijker dan impulsieve trades.
Moet je anders naar je beleggingen gaan kijken?
Ik zou zeggen: ja, maar niet vanuit paniek. Meer vanuit volwassenheid.
Dit nieuwe stelsel beloont geen hyperactief handelen of “even een gokje”. Hoe wilder je jaarrendementen heen en weer slingeren, hoe groter de kans dat de belastingdruk je gevoel van opbrengst ondermijnt.
Een langere horizon, brede spreiding en focus op kwaliteit passen beter bij deze nieuwe werkelijkheid. Denk aan een portefeuille met wereldwijde indexfondsen, goede dividendaandelen, degelijke obligaties of vastgoed via gespreide fondsen – afgestemd op jouw risicoprofiel. Het belangrijkste is dat je een portefeuille hebt die je jarenlang durft vast te houden, zodat goede en slechte jaren elkaar kunnen compenseren.
En dan is er nog de “assetlocatie”: in welke vorm houd je welk vermogen? Een deel privé in box 3, een deel in een bv, misschien iets in de eigen woning of via pensioenopbouw – dat soort keuzes worden interessanter. Dat is wel echt maatwerk; daar hoort goed, onafhankelijk advies bij.
Bekijk hier welke 10 mogelijkheden je hebt om je box 3 vermogen slim te structureren: Nieuwe box 3-wet aangenomen: wat betekent dit voor jouw vermogen? Hoe kun je je voorbereiden?
Hoe bereid je je nu voor?
Je hoeft niet morgen alles om te gooien, maar een paar stappen geven je wél grip.
Begin met overzicht. Kijk nuchter naar je totale vermogen: spaargeld, beleggingen, vastgoed, schulden. In een stelsel dat uitgaat van werkelijk rendement, is het belangrijk dat je zelf snapt waar je rendement vandaan komt en hoe volatiel dat is.
Reken daarna een paar scenario’s door. Stel jezelf vragen als:
“Wat gebeurt er met mijn netto groei als ik bruto 5%, 7% of 10% haal en daar 36% belasting over betaal?”
“Wat betekent dat over tien of twintig jaar voor mijn spaardoel of mijn pensioen?”
Zorg ook dat je mentaal went aan het idee dat een deel van je winst automatisch “voor de Belastingdienst” is. Dat klinkt niet leuk, maar het voorkomt dat je alles herbelegt en later in de knel komt als de aanslag binnenvalt.
Tot slot: volg de ontwikkelingen, maar laat je er niet door verlammen. Het grote plaatje van het nieuwe stelsel ligt op tafel, maar er kunnen nog aanpassingen komen. Jij wint er niets mee om te wachten tot alles 100% vaststaat; je wint wél als je nu alvast nadenkt over je strategie. De politiek draait snel en het is te verwachten dat er ook rechtzaken gestart worden tegen deze wetgeving.
Samenvattend
Het nieuwe box 3-stelsel op basis van vermogensaanwas voelt als een koude douche voor particuliere beleggers. Het tarief is hoog, de ruimte om fiscaal te ademen klein en de prikkel om risico te nemen lijkt eerder gestraft dan beloond.
Toch is de conclusie niet dat beleggen geen zin meer heeft. De eerlijkere conclusie is:
Beleggen vraagt een volgende volwassenheidsfase en meer stabiliteit
- Minder hopen op snelle meevallers, meer sturen op netto rendement.
- Minder korte sprongen, meer lange adem.
- Minder blind vertrouwen op “het komt toch wel goed”, meer rekenen, plannen en structureren.
Je zou het zo kunnen samenvatten:
Beleggen blijft een van de weinige manieren om vermogen op te bouwen – ook in het nieuwe box 3-stelsel. Maar waar Europa het investeringsklimaat wil stimuleren, vraagt Nederland van beleggers dat ze slimmer, bewuster en professioneler met risico, kosten en belasting omgaan. Niet stoppen, wel opschalen in volwassenheid.
Dat is misschien niet het vrolijkste nieuws, maar het is wél nieuws waar je iets mee kunt.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen individueel advies. Beleggen en financiële keuzes brengen risico’s met zich mee. Raadpleeg altijd een erkend financieel adviseur of belastingdeskundige voor je persoonlijke situatie.

